Meer informatie
MultiGids Beveiliging
*/ ?>

*/ ?>
05 april 2003
*/ ?>

Egypte - op vakantie & reizen naar Egypte

In 2002 bezochten ruim 52 miljoen toeristen Egypte. Het toerisme (een van de weinige groeisectoren van de economie) richt zich voornamelijk op de grote monumenten van de Egyptische beschaving en in toenemende mate op de Rode-Zeekust.

Typisch Egypte

PIRAMIDES
Piramides in het oude Egypte zijn in feite de bovenbouw van een koningsgraf, opgetrokken op een vierkant grondplan en bestaande uit vier in een punt samenkomende vlakke zijden. De afmetingen van de diverse piramiden verschillen, evenals de wijze waarop in het binnenste de gangen, (graf)kamers en andere ruimten en de valse deuren waren aangebracht. Het materiaal van de piramiden is voornamelijk plaatselijke kalksteen, bekleed met van elders aangevoerde fijnere witte kalksteen en graniet. Voor de top, een afzonderlijk blok (‘piramidion’) gebruikte men gewoonlijk graniet, soms bedekt met goud.
De piramiden waren het centrale bouwwerk in een complex, dat verder onder andere een tempel voor de dodencultus van de gestorven koning omvatte.

Alle piramiden van Egypte liggen ten westen van de Nijl, op een plateau aan de oostrand van de Libische Woestijn. Egypte bezit momenteel nog 88 piramiden, waarvan er 43 koningsgraven zijn.

De oudste en grootste piramide van Egypte is die van Cheops. Deze piramide bestaat uit ongeveer 2,3 miljoen stukken kalksteen, die ieder zo’n 2,5 ton wegen (6,1 miljoen ton in totaal). Oorspronkelijk was de piramide 147 meter hoog, maar doordat de glanzende buitenste laag verloren is gegaan, is de piramide nu 137 meter hoog.

BUIKDANSEN
Ondanks de felle tegenstand vanuit de fundamentalistische hoek, zijn professionele buikdanseressen populair zowel onder mannen als vrouwen. Op grafreliëfs uit de faraonische tijd zijn naakte danseressen te zien, wier bewegingen als een buikdans (‘raqs sjarq’) kunnen worden uitgelegd.

Buikdanseressen vormen vaak de hoofdattractie op bruiloften en partijen, en de dansen zijn vaak een combinatie van folkloristische, zigeuner- en Osmaanse dansen. De danseressen spreken zelf liever over oriëntaalse dansen. Buikdanskostuums zijn bezaaid met fonkelende pailletten, parelkettingen en stras. De buikdanseressen worden begeleid door muzikanten met fluiten, trommels en luiten.

ASWAN-DAM
De eerste dam werd door de Britten gebouwd tussen 1899 en 1902, toen de grootste dam ter wereld. De 30 meter hoge dam was aanvankelijk niet hoog genoeg, en werd enkele malen verhoogd tot hij in 1933 tot een hoogte van 42 meter opgetrokken werd.


MUMMIES
De oude Egyptenaren geloofden in een eeuwig leven na de dood en dat betekende onder andere dat het lichaam van de dode gemummificeerd werd voor de hereniging met de ziel in het hiernamaals.

De echte mummificatie begon in de 4e dynastie met de ontwikkeling van kunstmatige balsemtechnieken. Tijdens de mummificatie werd het lichaam door speciale priesters ontdaan van organen en ingewanden, behalve het hart. Daarna werd het lichaam ontvocht met behulp van natron (een natuurlijk mengsel van natriumzouten) en opgevuld met onder meer mirre, kaneel, zand, klei en zaagsel en ingezwachteld. Tussen de windsels werden amuletten geplaatst.

Dit hele proces nam tussen de veertig en negentig dagen in beslag. Als laatste kreeg de mummie een beschilderd masker, gemaakt van linnen en gips en soms verguld. Dit dodenmasker werd op de mummie geplaatst om de ziel van de dode te helpen het lichaam te herkennen. Het lichaam werd daarna in een houten mummiekist gelegd of een stenen sarcofaag. Vaak werd de dode in een of meerdere mummiekisten en dan in een sarcofaag gelegd. Deze kisten of sarcofagen konden rechthoekig zijn of de vorm van de mummie hebben. De organen en ingewanden (lever, longen, maag, ingewanden) werden apart geconserveerd en bewaard in een eigen vaas ‘canope’.

Met het hart gebeurde iets bijzonders volgens de Egyptenaren. Een jury van goden zat de ceremonie voor, waarbij werd besloten of de overledenen het eeuwige leven verdiende. De jakhalsgod Anoebis woog het hart tegen de ‘veer der waarheid’. Als het hart te zwaar was, werd het aan het monster Ammoet gegeven, die het vervolgens opat. Bij evenwicht leefde de dode voor eeuwig.

Naast belangrijke wereldse bezittingen, werd de mummie meestal begraven met grafobjecten, zoals de al eerder genoemde amuletten, een aantal ‘sjabti’- beeldjes en een modelboot om de dode naar Abydos te brengen, de woning van Osiris, god van de onderwereld. Natuurlijke mummificatie vond plaats in eenvoudige zandgraven. Het zand absorbeerde het lichaamsvocht, zodat het lijk uitdroogde en het weefsel geconserveerd werd.

Nijl
Het Nijldal, letterlijk Egyptes levensader, is in feite de langste oase ter wereld. Deze rivieroase heeft een totale oppervlakte van 35.000 km2, en strekt zich uit over 900 km tussen Caïro en Aswan. De oase bestaat uit een smalle strook vruchtbare landbouwgrond aan weerszijden van de rivier die nooit meer dan 20 km breed is.

De Nijl heeft twee bronrivieren, de Witte en de Blauwe Nijl, die samenvloeien bij Khartoum, de hoofdstad van Sudan. Hoewel de Witte Nijl veel langer is, komt 80% van het Nijlwater van de Blauwe Nijl, die ontspringt in het Tana-meer, op de Ethiopische hoogvlakte. Iets verder dan de Blauwe Nijl voegt zich ook nog de Atbara bij de rivier.

Door de Ethiopische moessonregens zwelt de Blauwe Nijl zozeer aan, dat het water van de Witte Nijl tegengehouden wordt. Die overstroomt dan en zet de wijde omgeving onder water. Het vloedwater van de Blauwe Nijl bereikt Egypte in september en de aanvoer is dan het grootst: zestien keer zoveel als het debiet in mei.

De verst gelegen bron van de Witte Nijl ligt in Burundi, 6.825 kilometer van de Middellandse-Zeekust. De Nijl is daarmee de langste rivier ter wereld. In de noordelijke moerasgebieden van Zuid-Sudan versterken de Gazellerivier (Bahr al-Ghazâl), de Girafferivier (Bahr az-Zarâfa) en de Sobat de waterloop van de Nijl. De laatste 2700 kilometer door Sudan en Egypte heeft de Nijl nergens zijrivieren. De Nijl doorsnijdt over een afstand van ca. 1500 kilometer het land, en komt even ten noorden van Wadi Halfa Egypte binnen.

Ten noorden van Caïro begint de Nijldelta, een gebied met een oppervlakte van 20.000 km2, maximaal 250 km breed en 160 km lang. Dit gebied bestaat geheel uit slib dat de Nijl in de Middellandse Zee heeft afgezet. Doordat de Aswan-dam in 1971 gereedkwam, kwam aan deze slibafzetting tot een einde. De Nijl stroomt in twee hoofdarmen naar de zee, de Damiëtta- en Rosetta-arm, nog aangevuld met vele kleinere stroompjes en kanalen. Vroeger bezat de rivier zeven armen, maar vijf daarvan zijn dichtgeslibd. Vier ondiepe brakke meren (‘bahra’) vormen de overgang naar de Middellandse Zee. Deze meren worden nog van de zee gescheiden door smalle landtongen. De kuststrook van de delta is verder nog bezaaid met moerassen.

Oases
De enige bewoonde plekken ten westen van de Nijl-vallei en de Delta vormen oases of ‘wahat’ in de Libische Woestijn. Op zeven plaatsen komt genoeg water naar boven om permanente bewoning mogelijk te maken. Deze waterbronnen liggen op plaatsen waar waterhoudende grondlagen aan de oppervlakte komen. Soms worden die waterbronnen gevoed door regenwater dat in de omringende bergen is gevallen en zich in de grondlagen verzameld heeft. Soms komt het water omhoog uit fossiele watervoorraden (25.000-50.000 jaar oud), gevormd in periodes dat het klimaat in de Sahara veel vochtiger was dan op dit moment.

De grootste ‘oase’ is die van al-Fayyum, met bijna twee miljoen inwoners. Eigenlijk is het geen echte oase, omdat het zijn water betrekt van de Nijl via de gekanaliseerde Bahr Yusuf, die bij al-Lahun de depressie binnenstroomt en zich daar vertakt in een spinnenweb van kanaaltjes. Ook de 24 meter beneden zeepeil liggende oase Wadi al-Natrun raakt steeds meer verbonden met de ‘bewoonde‘ wereld, onder andere door de weg Caïro-Alexandrië die er vlak langs loopt. Wadi al-Natrun is ongeveer 40 km lang, tussen de 8 en 10 km breed. Door het hoogteverschil bereikt uit de Nijl afkomstig grondwater de vallei, waar het weer aan de oppervlakte komt. Daardoor, in combinatie met de sterke verdamping, hebben zich zoutmeren gevormd, die in de zomer helemaal opdrogen. Wat achterblijft is keukenzout en natriumhydroxyde, een stof die in de tijd van de farao’s gebruikt werd als bestanddeel van balsem.
Siwa is de meest afgelegen oase en ligt op het laagste punt van een depressie (-18 meter). De oase heeft honderden bronnen, 400.000 dadelpalmen en een overvloed aan olijven, sinaasappelen en druiven. Het is een on-Egyptische wereld, waarvan de inwoners geen Arabisch spreken, maar een Berbers dialect, het Siwi. Het gebied rond de oase was tot 1991 een verboden militaire zone, maar is nu opengesteld voor toeristen en buitenlandse investeerders.

De oases Dakhla, El-Kharga en Bahariya zijn langgerekte linten van dorpen en plantages. De oase El-Kharga, op 1065 km van Caïro, is zeer lang en strekt zich uit over een lengte van bijna tweehonderd kilometer. In Bahariya bevindt zich een grote ijzerertsmijn, en vlak bij de Dakhla-oase is een fosfaatmijn geopend. De kleine oase Farafra ligt op een vlakte te midden van zandduinen.
De terrasvormige landbouwgronden van de oases zijn beplant met groenten, fruit, granen, de klaversoort ‘bersim’, dadelpalmen en olijfbomen.

Klimaat
Egypte heeft een woestijnklimaat met grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht en tussen zomer en winter.

Het weer is erg standvastig; er zijn twee duidelijk te onderscheiden seizoenen: de hete zomer van mei tot oktober en de koelere winter van november tot april. In de woestijn overschrijdt de temperatuur in de zomer overdag gemakkelijk de 38°C in de schaduw, met uitlopers tot 50°C. Deze hitte ontsnapt 's nachts in de wolkenloze hemel, waarbij de temperatuur met 10 à 17°C daalt. De temperatuur in de winter ligt aanzienlijk lager: het gemiddelde in januari is 12 à 16°C. De berggebieden in de Sinaï kunnen in december en januari vrij koud zijn, en in de bergen valt bijna iedere winter sneeuw.

De neerslag is zeer gering, Caïro heeft gemiddeld zes regendagen per jaar, Alexandrië dertig. In het zuiden van het land regent het bijna nooit. In de lente trekken nu en dan depressies over Egypte, die de khamseen, een droge verzengende wind, bekend door zijn zandstormen, met zich meebrengen. Vijftig dagen lang (khamseen = 50), van maart tot in mei, kunnen de gevaarlijke zandstormen de kop opsteken (windsnelheden tot 150 km pr uur).

In tegenstelling tot het binnenland kent de Middellandse-Zeekust regenval in de winter (100 à 200 mm). De kust heeft bovendien zachtere winters en lagere zomertemperaturen dan het binnenland, door het matigende effect van de Middellandse Zee. Ook de temperatuurverschillen tussen dag en nacht zijn lang niet zo groot.

Alexandrië is de koelste plaats van het land. De gemiddelde temperaturen in januari schommelen tussen de 10,5 en 18°C, in juli tussen de 23 en 29°C. Alexandrië en de westelijke kuststrook van de Delta gelden met meer dan honderd millimeter regen per jaar ook als het natste gebied van Egypte.

Taal
De officiële taal in Egypte is het Egyptisch-Arabisch, dat door ongeveer 98% van de bevolking wordt gesproken. Het Egyptisch-Arabisch is feitelijk een dialect van het Moderne Standaard Arabisch. Het Egyptisch-Arabisch is de belangrijkste van alle Arabische dialecten, niet alleen door het grote aantal Egyptenaren, maar ook doordat het land de belangrijkste producent van film-, radio- en televisieprogramma’s in de Arabische wereld is.

De transcriptie van het Arabische schrift naar het Romeinse alfabet is niet eenvoudig, en men kan dan ook verschillende spelwijzen tegenkomen voor hetzelfde woord.
Het Arabische schrift bestaat uit 28 letters en wordt van rechts naar links geschreven; Arabische cijfers daarentegen worden van links naar rechts geschreven.

Naast deze taal komen het Nubisch, het Koptisch en het Berbers (in Siwa) nog wel voor.

De Koptische taal heeft zijn oorsprong in het Grieks en de Egyptische hiërogliefen. De Koptische taal wordt nog steeds gebruikt bij religieuze ceremoniën. De naam Koptisch is pas ontstaan na de Arabische verovering. De Grieken noemden het land Aiguptos en de bewoners Aigupti. Door de Arabieren werd dit verbasterd tot Gupti, waarvan Kopten is afgeleid. Koptisch betekent letterlijk dus zoveel als ‘autochtoon Egyptisch’.
De taal van de Nubiërs heeft niets met het Arabisch te maken. Etnologisch gezien is het gesproken Nubisch te verdelen in het Fiadidja-Mahas en het Kenuzi-Dongola.

Het Fiadidje-Mahas wordt gesproken in Sudan, hoewel meer dan 50% van de Nubiërs in Egypte tot de Fiadidja behoort. In Egypte deze taal gesproken door alle Nubiërs die ten zuiden van Kunuz wonen. Fadidja en Mahas zijn twee varianten die echter nauwelijks van elkaar verschillen.
Het Kenuzi-Dongola wordt gesproken door de Nubiërs van Dongola in Sudan en Kunuz in Egypte. De meeste mensen uit Dongola en Kunuz verstaan degenen die het Fadidja-Mahas spreken.

Er wordt ook Engels en Frans gesproken door ontwikkelde Egyptenaren.

Hiërogliefen
In het oude Egypte waren drie soorten schrift in gebruik. Een oorspronkelijk geheime taal voor de priesters, het hiëratische schrift, het demotische schrift, bedoeld voor dagelijks gebruik door het volk, en het hiërogliefenschrift.

Hiërogliefen dateren uit ca. 3200 v.Chr. en vormen het oudste bekend schrift ter wereld. Het woord ‘hiëroglief’ betekent ‘heilige gegraveerde letter’ en verwijst naar het beeldschrift dat de oude Egyptenaren gebruikten om hun geloof uit te drukken. De Egyptenaren zelf noemden de hiërogliefen ook wel godenwoorden. Het hiërogliefenschrift is van oorsprong een zuiver ‘beeldschrift’, en de tekens betekenden aanvankelijk precies wat ze voorstelden. Langzamerhand kregen de pictogrammen een algemenen betekenis en werden ook begrippen en ideeën weergegeven.

Hiërogliefen werden vooral op monumenten gebeiteld en kunnen zowel van links naar rechts, rechts naar links of van boven naar beneden gelezen worden. Omdat het een zeer ingewikkeld schrift was, werden in de loop der eeuwen eenvoudiger te schrijven tekens ontwikkeld. De laatste dateerbare inscriptie is die op de Poort van Hadrianus te Philae uit 394.

Om de kunst van het hiërogliefen onder de knie te krijgen, waren jaren van oefening nodig. De speciaal hiervoor opgeleide schrijvers behoorden tot de maatschappelijke elite.

Er zijn drie hoofdtypen hiërogliefen. ‘Fonogrammen’ brengen de klanken van lettergrepen over, ‘ideogrammen’ beelden het object of de handeling zelf af, het ‘determinatief’ bevestigt, verandert of geeft de betekenis van het naastgelegen woord aan. Een complicerende factor is dat veel symbolen voor al deze typen kunnen staan. Het lezen wordt verder bemoeilijkt doordat woorden en zinnen noch door afstanden, noch door leestekens van elkaar gescheiden worden. Een hulpmiddel is wel dat symbolen van dieren en mensen altijd kijken naar het punt waar de tekst begint.

Degene die er voor de eerste keer in slaagde om hiërogliefen te ontcijferen was de Franse taalkundige Jean-François Champollion, in 1822. De sleutel tot het lezen van hiërogliefen werd gevonden op een zwarte granieten stèle, de ‘steen van Rosetta’, ontdekt door de soldaten van Napoleon in 1799.

Er stond een tekst in drie schriften op: hiërogliefen (14 regels), Demotisch (32 regels) en Grieks (54 regels). Door de drie teksten met elkaar te ontcijferen en te vergelijken lukte het hem om de hiërogliefen te ontcijferen. De tekst is een decreet uit 196 v.Chr., opgesteld door priesters die toen in Memphis bij elkaar waren. Ze betuigden hun dank aan farao Ptolemaeus voor zijn goede zorgen voor het geloof en de tempels.

Hij besefte voor het eerst dat er verschillende soorten hiërogliefen waren met diverse functies. Zo ontdekte hij de basis van het hiërogliefenschrift. Aanvankelijk gebruikte men ca. 700 symbolen. Later, in de tijd van de Ptolemaeën, gebruikte men ca. 1000 symbolen. Met hiërogliefen werden naast ‘gewone’ teksten ook profane rekeningen, verdragen en gerechtsprotocollen vastgelegd.

Als schrijfmateriaal gebruikten de Egyptenaren vooral de ‘papyrus’, gemaakt van de papyrusplant, de Cyperus papyrus. De stengel van de plant werd in stroken verdeeld, die in twee lagen, dwars op elkaar, werden samengeperst. De vellen ‘papier’ werden daarna tot rollen samengevoegd. Zowel de plant, de vellen, de rollen als de daarop aangebrachte teksten en afbeeldingen werden als ‘papyrus’ bekend. Papyrus bleef tot in de 10e eeuw in gebruik als schrijfmateriaal. De tekst werd aangebracht met een schrijfriet, die in inkt werd gedoopt. Vaak werden de hiërogliefen van een kleur voorzien.

Bron: landenweb.com

Zoeken op MultiGids

egypte
vakantie egypte
hotel egypte
reizen egypte
last minute egypte
toerisme egypte
vliegtickets egypte
piramides in egypte
het weer in egypte
museum egypte
het oude egypte





Niet gevonden wat u zoekt? Klik hier en stel uw vraag aan MultiGids!

Gerelateerde artikelen
  • Met Djed op vakantie naar Egypte
  • Last Minute Egypte
  • Algarve - op vakantie & reizen naar Algarve
  • Noorwegen - op vakantie & reizen naar Noorwegen
  • Griekenland - op vakantie & reizen naar Griekenland
  • Turkije - op vakantie & reizen naar Turkije
  • Argentinië - op vakantie & reizen naar Argentinië
  • Frankrijk - vakantie & reizen naar Frankrijk
  • Turkije - vakantie & reizen naar Turkije
  • Spanje - vakantie & reizen naar Spanje
  • Geplaatst door MultiGids om 22:12
    */ ?>
    */ if (file_exists("/home/multi/public_html/reizen//links/mainlinks.html")) { ?>
    Links


    Z"; print "o"; print "e"; print "k"; */ print "Zoek"; //print "Zoek nu ook bijvoorbeeld "; } function urlencoder ($uc, $mc, $sc, $au, $id) { $enc['uc'] = urlencode ($uc); $enc['mc'] = urlencode ($mc); $enc['sc'] = urlencode ($sc); $enc['au'] = urlencode ($au); $enc['id'] = urlencode ($id); return $enc; } ?>